Identiteit

He wie is dat nou? in de spiegel kijken is goed om je eigen identiteit te ontwikkelen. Vooral bij kleine kinderen/baby’s vinden het leuk om in de spiegel te kijken.

Spiegel kijken

Dat is fascinerend, je eigen spiegelbeeld. Kinderen lachen naar zichzelf, raken de spiegel aan en geven zich zelf een ‘kusje’. Het is de start van het ontwikkelen van een eigen identiteit. Hoe verloopt deze ontwikkeling?

Hoe verloopt de ontwikkeling van identiteit

Wist je dat kinderen zichzelf pas op de leeftijd van 1,5 à 2 jaar echt kunnen herkennen in de spiegel? Test het maar eens, door een likje lippenstift op de neus van het kind te doen en het dan in de spiegel te laten kijken. Gaat het kind op zijn eigen neus wrijven? Dan snapt het dat dit zijn eigen spiegelbeeld is! Hoe komt het dat kinderen zichzelf pas zo ‘laat’ herkennen? Het heeft te maken met het ontwikkelen van een identiteit. Tot ongeveer een jaar weet een kind niet dat het een apart individu is, dat losstaat van de ouders. Dat besef van identiteit komt pas later, en daarmee ook het besef van het beeld in de spiegel.

Maar: lachen naar de spiegel en wat daarin te zien is, dat doet een baby tussen de 6 tot 18 maanden. Kinderen hebben van nature een voorkeur voor ronde vormen en daarmee ook voor het beeld van andere kinderen, liever dan dat van volwassenen. Daarom is hun eigen beeld in de spiegel zo aantrekkelijk.

Kusjes geven doen ze ook. Waarschijnlijk is het nog niet écht een kusje. Het is meer een manier om met de mond de spiegel en het beeld erin te onderzoeken. Dat doen baby’s nu eenmaal graag: dingen met de mond verkennen. Het komt onder andere omdat de tong heel gevoelig is. Een uitstekend instrument om de wereld mee te onderzoeken! Baby’s stoppen vanaf ongeveer een half jaar veel in hun mond. Die ‘orale fase’ eindigt rond de leeftijd van 1,5 jaar weer.

Dit ben ik

Pas rond 2 jaar weten kinderen als ze in de spiegel kijken: dat ben ik! Je kind begint steeds beter te beseffen dat het zelf iemand is. Peuters gaan merken dat ze zelf dingen kunnen doen en zijn daar trots op, maar ze zien zichzelf vaak nog wel als het middelpunt van de wereld; alles draait om je kind.

Eigen wil

Langzamerhand ontwikkelen peuters een eigen willetje. Ze willen dat alles op hun manier gebeurt. ‘Zelf doen’ en ‘nee’ zijn termen die ze vaak gebruiken. Natuurlijk kun je daar niet altijd in meegaan. Daardoor krijgen peuters soms een driftbui. Dat komt ook doordat peuters nog niet goed kunnen zeggen wat ze willen en hoe ze zich voelen. Dat geeft een gevoel van onmacht.

Ik en de ander

Je peuter gaat merken dat andere mensen ook gedachten en gevoelens hebben. Vanaf een jaar of 3 begint een kind zich een beetje in te leven in andere mensen. Peuters worden zich meer bewust van de gevoelens van anderen. Wanneer anderen verdriet hebben, zie je dan bijvoorbeeld dat je kind probeert hen te helpen en te troosten. Toch is rekening houden met andere mensen en zich inleven in andere mensen voor je peuter wel nog heel moeilijk.

Deze ontwikkeling gaat heel geleidelijk, met kleine stapjes tegelijk. Je kind heeft hierbij jouw steun, voorbeeld en hulp nodig. Daarbij heeft je kind behoefte aan liefde en veiligheid.

Positief zelfbeeld, zelfvertrouwen, zelfstandigheid

Liefde en veiligheid zijn voorwaarden voor een goede (sociaal-)emotionele ontwikkeling. Het is belangrijk dat je kind het gevoel krijgt dat het de moeite waard is. Dat gevoel wordt een positief zelfbeeld genoemd.

Verder is het nodig dat je kind op jou kan vertrouwen, zodat het zich veilig kan voelen en weet dat het bij jou terechtkan als er iets is. Dankzij dat vertrouwen durft je kind ook meer te gaan ontdekken en krijgt het steeds meer zelfvertrouwen. Daardoor wordt je kind geleidelijk aan zelfstandiger.

 

Comments are closed.